Jongeren trekken aan kortste eind bij verdeling corporatiewoningen
Repost van vogon.nl
Het Nederlandse systeem voor de verdeling van corporatiewoningen zorgt gemiddeld voor een redelijk goede aansluiting tussen woningen en de voorkeuren van huurders. Achter dat gemiddelde gaan echter duidelijke verschillen schuil. Oudere en grotere huishoudens wonen relatief ruim, terwijl jongeren, alleenstaanden en woningzoekenden van buiten de regio met minder woonruimte genoegen moeten nemen.
Dat concluderen Jennifer Buurma-Olsen, Jort Sinninghe Damsté, Hans Koster en Jos van Ommeren in het artikel ‘De verdeling van schaarse corporatiewoningen’, verschenen in Real Estate Research Quarterly (RERQ). Het onderliggende onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Public Economics onder de titel ‘Quantifying misallocation of public housing’. Zij vergelijken de werkelijke verdeling van corporatiewoningen met een hypothetische verdeling waarin de betalingsbereidheid van huishoudens bepalend is.
Gemiddelde aansluiting is behoorlijk goed
In Nederland worden corporatiewoningen hoofdzakelijk verdeeld via regionale wachtlijsten. Woningzoekenden kunnen zelf op woningen reageren en een aanbod zonder verlies van hun wachttijd afwijzen. Die keuzevrijheid draagt volgens de onderzoekers waarschijnlijk bij aan een relatief goede aansluiting tussen woningen en bewoners.
De gemiddelde afwijking ten opzichte van een verdeling op basis van betalingsbereidheid bedraagt ongeveer 7 tot 9 procent. Dat komt neer op gemiddeld circa acht vierkante meter woonoppervlakte of 19.000 euro aan WOZ-waarde. De corporatiesector als geheel slaagt er daarmee redelijk goed in huishoudens te koppelen aan woningen die bij hun voorkeuren passen.
Ouderen en gezinnen wonen relatief ruim
De verdeling pakt niet voor alle groepen hetzelfde uit. Oudere huishoudens, grotere huishoudens en huishoudens waarvan ten minste één volwassene in de betreffende regio is geboren, wonen gemiddeld in grotere en waardevollere corporatiewoningen dan op grond van hun betalingsbereidheid verwacht zou worden.
Daar staat tegenover dat jongere huishoudens, alleenstaanden en huishoudens van buiten de regio relatief minder woonruimte krijgen. Een eenpersoonshuishouden woont gemiddeld 8,5 vierkante meter kleiner dan in de alternatieve verdeling. Voor een huishouden tussen 25 en 35 jaar loopt het verschil op tot ongeveer 13 vierkante meter.
Wanneer verschillende kenmerken samenkomen, kan het nadeel aanzienlijk zijn. Een jong eenpersoonshuishouden dat buiten de regio is geboren, woont volgens de berekeningen gemiddeld circa 22 vierkante meter kleiner.
Meer ruimte voor de ene groep betekent minder voor een andere
Het gericht bijsturen van de woonruimteverdeling brengt volgens de onderzoekers onvermijdelijk lastige keuzes met zich mee. Extra woonruimte voor jongeren gaat bijvoorbeeld mogelijk ten koste van gezinnen, alleenstaande ouders of andere huishoudens met een urgente woonvraag.
Beleidsmakers zouden daarom niet alleen moeten bepalen welke groepen meer ruimte verdienen, maar ook expliciet moeten afwegen welke groepen minder van de schaarse voorraad krijgen. Urgentieverklaringen en aanvullende toewijzingscriteria kunnen kwetsbare groepen helpen, maar beperken tegelijkertijd de keuzevrijheid van andere woningzoekenden.
Doorstroming kan ruimte vrijmaken
Oudere huurders profiteren van hun lange inschrijfduur, maar blijven mogelijk ook langer dan gewenst in een grote woning wonen. Dat komt mede doordat de huur van een bestaande woning na verloop van tijd vaak aanzienlijk lager is dan die van een nieuw toegewezen, kleinere woning.
Maatregelen die dit prijsverschil verkleinen en verhuizen aantrekkelijker maken, kunnen de doorstroming bevorderen. Daardoor kan meer woonruimte beschikbaar komen voor jongere huishoudens en andere woningzoekenden. Gericht toewijzingsbeleid voor jongeren kan eveneens helpen, maar gaat opnieuw ten koste van andere groepen.
Regionale voorrang botst met kansengelijkheid
Gemeentelijk beleid en regionale wachtlijsten geven huishoudens met een lokale achtergrond een beperkt voordeel. Hoewel het gemeten verschil relatief klein is, kan voorrang op basis van lokale binding de kansen van nieuwkomers verkleinen en de arbeidsmobiliteit belemmeren.
Een landelijk wachtlijstsysteem of een heroverweging van de gemeentelijke voorrang voor lokaal gebonden woningzoekenden kan volgens de auteurs bijdragen aan een gelijker speelveld.
De analyse gaat uitsluitend over de verdeling van de bestaande corporatievoorraad onder huidige huurders. Jongeren en andere woningzoekenden die helemaal geen corporatiewoning weten te bemachtigen, blijven buiten beeld. De werkelijke achterstand van deze groepen kan daardoor groter zijn dan de onderzoeksresultaten laten zien.