Shinkansen2

Lokale effecten van hogesnelheidslijnen kunnen negatief uitpakken

Moderne vervoersinfrastructuur wordt gekenmerkt door wat vervoerseconomen long-haul economies noemen. Dit houdt in dat het relatief goedkoper wordt om een extra km af te leggen zodra de reisafstand toeneemt. Long-haul economies ontstaan door de aanwezigheid van snelle treinen, snelwegen en vliegtuigen. Aan de hand van een eenvoudig model tonen wij aan dat verbeteringen in de transportinfrastructuur een niet-triviale impact hebben op de locatiekeuzes van bedrijven. Hoewel deze investeringen vaak gunstig zijn voor grote regio’s, kunnen ze, door banenverlies, nadelig zijn voor kleine tussenliggende regio’s. Aan de hand van gegevens over de Japanse Shinkansen bevestigen we dat “tussenliggende” gemeenten die op de Shinkansen zijn aangesloten, te maken hebben gekregen met een aanzienlijke daling van de werkgelegenheid.

CovidShopping

De gevolgen van het coronabeleid voor winkelstraten

Covid-19 brengt ongekende economische veranderingen met zich mee. Wat zijn precies de gevolgen van het beleid dat tijdens de pandemie wordt gevoerd voor de detailhandel en in het bijzonder voor winkelstraten?

HSR1

De hogesnelheidstrein en de ruimtelijke spreiding van economische activiteiten

De economische en sociale gevolgen van investeringen in transport infrastructuur leiden tot verhitte discussies in de academische en beleidswereld, omdat het meestal gaat om grote investeringen die geacht worden veel op te leveren. Een bekend voorbeeld van grote investeringen in transport infrastructuur zijn investeringen in hogesnelheidstreinen. Een recent artikel van Hayakawa et al. (2021) over Japan toont aan dat de Shinkansen een aanzienlijk effect heeft gehad op de ruimtelijke verdeling van de werkgelegenheid in Japan. De relatieve positie van gemeenten binnen het netwerk en hun onderliggende ‘location fundamentals’ zijn essentieel om te begrijpen waarom de effecten van een uitgebreide infrastructuur op lokaal niveau positief of negatief zijn.

ShoppingExternalities

Winkelcentra: hoe winkels van elkaar profiteren zonder het te weten

Waarom zitten winkels bij elkaar in winkelstraten? De onderzoekers keken naar het aantal klanten dat passeert langs een aantal vaste punten. “Als winkels meer verkopen – en dus meer verdienen – kunnen ze hogere huren betalen. De huurprijzen zijn het hoogst – en de leegstand het laagst – op locaties waar de meeste klanten langskomen. Daaruit kunnen we afleiden hoe groot deze zogenaamde shopping externaliteiten zijn.”

LondonBlitz

Wat zijn de economische gevolgen van de Blitz voor Londen?

Tijdens de zogenaamde Blitz voerde de Duitse Luftwaffe in 1940 en 1941 vele bombardementen uit, waarbij in totaal bijna 20 ton aan explosieven op Londen en enkele andere grote steden in Engeland terechtkwam (zie figuur hierboven). In recent onderzoek tonen Gerard Dericks en Hans Koster aan dat de gevolgen van de Blitz tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn in de Londense stedelijke structuur, en nu nog grote economische gevolgen heeft.

bizs

Ondernemersverenigingen en het freerider-probleem: Het effect van Bedrijven Investeringszones op de huurprijzen van commercieel vastgoed

Nederland kent van oudsher veel winkeliers- en bedrijvenverenigingen. De contributieopbrengsten van deze ondernemersverenigingen worden grotendeels geïnvesteerd in zaken zoals veiligheid, de openbare ruimte en promotie van het winkelgebied. Deze zogenaamde publieke goederen hebben een nadeel: winkels of bedrijven die niet meebetalen kunnen moeilijk worden uitgesloten van de voordelen (extra klanten) die deze investering met zich meebrengen. Om dit freerider-probleem op te lossen is het sinds enkele decennia in verschillende landen mogelijk ‘Bedrijven Investeringszones’ op te richten. In een BIZ (BID in Engels) is de contributie van de ondernemersvereniging verplicht in het hele gebied waardoor freeriden niet meer mogelijk is. Ook in Nederland is van 2010 tot en met 2014 geëxperimenteerd met 33 bedrijfsterrein-BIZs en 85 winkelgebied-BIZs. In mijn scriptie heb ik onderzocht wat voor effect de oprichting van deze Nederlandse BIZs had op de huurprijzen van commercieel vastgoed.

Earthquakes2Slider

Wat kost een aardbeving? Over immateriële schade, rechtszaken en waarderegelingen

Aardbevingen in Groningen weten de gemoederen nog flink bezig te houden. De vraag wie nu wat moet betalen en hoeveel is nog steeds een vraag met heel veel antwoorden en weinig consensus. Vooral bewoners en de NAM zijn het nog niet eens. Ondanks dat de NAM directe schade door gasbevingen al enkele jaren vergoedt, is vooral vergoeding van de immateriële schade reden voor getouwtrek. Immateriële schade omvat dan bijvoorbeeld toegenomen ongemak en onzekerheid over hoe het aardbevingsgebied zich in de toekomst zal ontwikkelen. Dit manifesteert zich onder andere in dat huizen in het aardbevingsgebied minder opbrengen. Maar wat zou de NAM dan de bewoners moeten betalen? Een recent paper gebruikt een nieuwe – relatief eenvoudige – maatstaf om dat te bepalen.

AZCs

De locatie van asielzoekerscentra. Waarom niet meer in de grote steden?

Het mag duidelijk zijn geworden dat we als Nederlandse samenleving niet echt voor de keuze staan of we vluchtelingen willen opvangen, maar het meer de vraag is hoe dat moet gebeuren. Hoe je het ook wendt of keert: het aantal AZCs zal grondig moeten worden uitgebreid. Maar waarom vinden we zoveel plannen voor te bouwen AZCs in relatief kleine dorpen? Is dit een verstandige strategie?

Refugee

De waardering van een vluchteling

Het mag duidelijk zijn dat de toenemende toestroom van vluchtelingen door veel Nederlanders als een probleem wordt gezien. Het is tijd om even een stapje terug te doen en onszelf de vraag te stellen wat de mogelijke effecten zijn die vluchtelingen hebben op onze woon- en werkomgeving.

AgendaStad

Onze steden in de wereldtop? Over ‘Agenda Stad’, ruimtelijk beleid en leefbaarheid van steden.

In de Trouw van even geleden konden we lezen dat minister Plasterk meer aandacht wil voor steden. De stad wordt steeds meer als motor van de economie gezien en deze moet daarom meer aandacht krijgen. Plasterk vindt dat er meer groei en vernieuwing nodig is, zodat Nederlandse steden zich kunnen meten met de wereldtop. Dus bij wijze van minder geld voor koeien in Friesland en meer geld voor de grachtenpanden in Amsterdam. Maar moeten we wel meer geld in steden willen steken en hoe zouden we dat geld moeten besteden?