Skip to content
krachtwijken

Investeren in Krachtwijken werkt wél

De kwaliteit van sociale huurwoningen laat nogal eens te wensen over, liet een reportage van de NOS en regionale omroepen zien. Grote investeringen door woningcorporaties zijn dus noodzakelijk en staan op de planning. Vanaf 2007 tot 2012 hebben de overheid en woningcorporaties echter ook al ruim 1 miljard extra geïnvesteerd in de 83 slechtste wijken van Nederland, de zogenaamde Krachtwijken. Het grootste gedeelte van dit geld werd besteed aan het opknappen van sociale huurwoningen. Echter, het opknappen van sociale huurwoningen is niet alleen gunstig voor de bewoners zelf, maar heeft ook positieve uitstralingseffecten naar omwoners.

Volgens een studie van het Sociaal Cultureel Planbureau heeft het Krachtwijkenprogramma niet of nauwelijks invloed gehad op de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van deze wijken. Uit recent onderzoek blijkt echter het tegenovergestelde. Investeringen in Krachtwijken, het ‘Krachtwijkenbeleid’, heeft wel degelijk positieve effecten gehad. Gekeken naar vergelijkbare wijken zijn de huizenprijzen van koopwoningen gestegen, en staan deze huizen minder lang te koop.

De huizenprijs en verkooptijd worden beschouwd als goede maatstaven van aantrekkelijkheid van een buurt: als mensen een buurt aantrekkelijk vinden, willen ze er meer voor betalen en zullen verkopers hun huis waarschijnlijk sneller kwijtraken. Krachtwijken zijn dus aantrekkelijker geworden door de investering.

Omliggende woningen profiteren van renovaties

Een typische Krachtwijk is de Rotterdamse wijk Spangen. Daar zijn veel nieuwe woningen gebouwd, en vervallen sociale huurwoningen opgeknapt. De renovatie van het historische Justus van Effencomplex is daar een mooi voorbeeld van. Van nieuwe of gerenoveerde huurwoningen profiteren omliggende koopwoningen ook weer. De gehele omgeving is prettiger geworden en dat leidt tot hogere prijzen. Het blijkt dat de totale stijging in waarde van koopwoningen in Krachtwijken ongeveer een half miljard Euro bedraagt.

We hebben gekeken naar de verandering in huizenprijzen en verkooptijden van koopwoningen. Dat hebben ze voor en na 2007 gedaan, het moment van investeren in Krachtwijken. Die veranderingen hebben we vervolgens vergeleken met nagenoeg identieke koopwoningen in vergelijkbare buurten. Zo konden we vaststellen dat het Krachtwijkenbeleid de verklaring is en konden we andere verklaringen uitsluiten. Zo weten we dat de verandering in huizenprijzen niet komt door de crisis op de huizenmarkt of bepaalde demografische trends. In Krachtwijken zijn de prijzen dus sneller gestegen dan in gewone wijken door het Krachtwijkenbeleid.

Lees het volledige paper “Place-based policies and the housing market”.